Ronald Theodoor Lindgreen
Getting familiar with the life and art of Ronald Theodoor Lindgreen is a fascinating experience, which offers surprising insights into the world of art. In that world, his work holds a small but special place, and art critics have recognized in him a dedicated artist with an exceptional talent for the use of colours.
Lindgreen studied at the Art Academy in The Hague and at the New Art School in Amsterdam. His mentors, Paul Citroen (in the Netherlands) and the expressionist J.D. Kirszenbaum (in Paris), became his lifelong friends. He was part of different artists' societies, among which Pulchri Studio, De Haagse Kunstkring, and De Haagse Aquarellisten. The latter, which he co-founded in 1955, played a leading part in his life for over 40 years.
Ronald Lindgreen had Dutch as well as Indonesian roots and cultivated Oriental sensitivity in his work. It conferred to his art a light tone, an open structure and a somewhat mysterious atmosphere. He saw the visual world as a mere interpretation of reality and three-dimensionality in a painting took for him rather a spiritual dimension, which can be seen mostly in his early works. Throughout his artistic career, he focused on the harmony of the piece as a whole, with a special attention towards colour.
At the beginning of his career, he abandoned the idea of naturalistic art because he assumed that he had no talent for it. From 1938 onwards, he made oil paintings in various genres with an expressionistic touch. In 1952, he gained general recognition for his watercolour-painted drawings made with East-indian ink, mainly landscapes and cityscapes from Annecy, France. In these expressive works, he fragmentised and stylised his subjects.As an artist, he remained aware of his responsibility towards society. Realising it was too difficult to live off art with four children, he consequently took a job at the State Printing Press whilst studying graphic design at the Royal Academy of Art in The Hague. After he received a grant for a study trip to Rome, he became an art teacher and started working in secondary schools in 1961. For that reason, between then, and his retirement in 1978, he painted mainly in his spare time and during school holidays.
For inspiration, he often travelled abroad, especially to France, Austria, Switzerland and Spain, but he also found his subjects in The Netherlands. In 1955, he initiated the founding of the group De Haagse Aquarellisten. From then on, he painted aquarelles in a naturalistic style without using Indian ink. Occasionally he returned to his former expressive style. In 1989 he suddenly took another road and started to express his musical feelings in abstract-figurative compositions using acrylic paint.
Adapted from the introduction of the book "Kunst om te bevrijden en te bezielen, 2009".
Edited by Elsa and Ronald A. Lindgreen
Additional sources:
www.rkd.nl
www.artindex.nl
Lindgreen studeerde aan de Kunstacademie in Den Haag en aan de Nieuwe Kunstschool in Amsterdam. Zijn mentoren, Paul Citroen (in Nederland) en de expressionist J.D. Kirszenbaum (in Parijs), werden zijn vrienden voor het leven. Hij maakte deel uit van verschillende kunstenaarsverenigingen, waaronder Pulchri Studio, De Haagse Kunstkring en De Haagse Aquarellisten. De laatste, die hij in 1955 mede oprichtte, speelde meer dan 40 jaar een belangrijke rol in zijn leven.
Ronald Lindgreen had zowel Nederlandse als Indonesische wortels en cultiveerde een oosterse gevoeligheid in zijn werk. Dit verleende zijn kunst een lichte toon, een open structuur en een enigszins mysterieuze sfeer. Hij zag de visuele wereld als slechts een interpretatie van de werkelijkheid, en driedimensionaliteit in een schilderij nam voor hem eerder een geestelijke dimensie aan, wat voornamelijk te zien is in zijn vroege werken. Gedurende zijn artistieke loopbaan richtte hij zich op de harmonie van het geheel, met bijzondere aandacht voor kleur.
Aan het begin van zijn carrière liet hij het idee van naturalistische kunst varen, omdat hij meende daar geen talent voor te hebben. Vanaf 1938 maakte hij olieverfschilderijen in diverse genres met een expressionistische toets. In 1952 verwierf hij algemene erkenning voor zijn aquareltekeningen met Oost-Indische inkt, voornamelijk landschappen en stadsgezichten van Annecy, Frankrijk. In deze expressieve werken fragmenteerde en stileerde hij zijn onderwerpen.
Als kunstenaar bleef hij zich bewust van zijn verantwoordelijkheid jegens de samenleving. Omdat het met vier kinderen te moeilijk bleek om van de kunst te leven, aanvaardde hij een betrekking bij de Staatsdrukkerij, terwijl hij grafische vormgeving studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Nadat hij een beurs had ontvangen voor een studiereis naar Rome, werd hij kunstdocent en begon hij in 1961 te werken op middelbare scholen. Om die reden schilderde hij in de periode tussen dat moment en zijn pensionering in 1978 voornamelijk in zijn vrije tijd en tijdens schoolvakanties.
Voor inspiratie reisde hij vaak naar het buitenland, met name naar Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland en Spanje, maar ook in Nederland vond hij zijn onderwerpen. In 1955 nam hij het initiatief tot de oprichting van de groep De Haagse Aquarellisten. Vanaf dat moment schilderde hij aquarellen in een naturalistische stijl zonder gebruik te maken van Oost-Indische inkt. Af en toe keerde hij terug naar zijn vroegere expressieve stijl. In 1989 sloeg hij plotseling een andere weg in en begon hij zijn muzikale gevoelens uit te drukken in abstract-figuratieve composities met acrylverf.
